Rekenen met getallen: Rekenen met breuken
Som en verschil van breuken
Optellen en aftrekken van gelijknamige breuken
Optellen en aftrekken van twee gelijknamige breuken is eenvoudig: de noemer blijft hetzelfde en de tellers worden bij elkaar opgeteld of van elkaar afgetrokken. Indien mogelijk vereenvoudig je het antwoord.
Voorbeeld
\[\begin{aligned}\tfrac{5}{14} +\tfrac{3}{14}&=\tfrac{5+3}{14}=\tfrac{8}{14}=\tfrac{4}{7} \\[0.2cm] \tfrac{5}{14} -\tfrac{3}{14}&=\tfrac{5-3}{14}=\tfrac{2}{14}=\tfrac{1}{7}\end{aligned}\]
Optellen en aftrekken van niet-gelijknamige breuken
Als je twee breuken wilt optellen of aftrekken die niet gelijknamig zijn, dan kun je het volgende stappenplan hanteren:
- maak de breuken gelijknamig;
- tel ze op of trek ze van elkaar af;
- indien mogelijk vereenvoudig het antwoord.
Voorbeeld
\[\begin{aligned}\tfrac{3}{10} +\tfrac{2}{15}&=\tfrac{\phantom{1}3\times 15}{10\times 15}+\tfrac{10\times 2\phantom{1}}{10\times 15}\\&=\tfrac{45}{150}+\tfrac{20}{150}=\tfrac{65}{150}=\tfrac{13}{30} \\[0.2cm] \tfrac{3}{10} -\tfrac{2}{15}&=\tfrac{\phantom{1}3\times 3}{10\times 3}-\tfrac{\phantom{1}2\times 2}{15\times 2}\\&=\tfrac{9}{30}-\tfrac{4}{30}=\tfrac{5}{30}=\tfrac{1}{6}\end{aligned}\]
Onderstaande voorbeelden met twee of drie breuken illustreren het rekenwerk.
Hiermee maken we de breuken gelijknamig. \[\frac{3}{28}=\frac{3\times 25}{28\times 25}=\frac{75}{700}\quad\text{en}\quad\frac{7}{25}=\frac{7\times 28}{25\times 28}=\frac{196}{700}\] Dan is het rekenwerk simpel: \[\begin{aligned}\frac{3}{28}-\frac{7}{25} &=\frac{75}{700}-\frac{196}{700} &\blue{\text{gelijknamig maken van breuken}} \\ \\ &=\frac{75-196}{700} &\blue{\text{samenvoeging van tellers}} \\ \\ &=-{{121}\over{700}}&\blue{\text{berekening en soms vereenvoudiging}} \end{aligned}\]
Mathcentre video
Addition and Subtraction (22:32)